|
Op 21 juni 2026 was onze voorganger dr. Alex van Heusden. Zoals voor hem gebruikelijk is de vertaling van de bijbellezingen altijd van hemzelf. De tekst is echter tijdens de kerkdienst niet op het scherm geprojecteerd waardoor het wat moeilijk was voor ons als kerkganger om de inhoud goed te kunnen volgen.
Daarom alsnog hier de lezingen in de vertaling van Alex van Heusden om die nog eens te lezen: Voorlezing uit het boek In den beginne Genesis 11:1-9 En het geschiedde: heel de aarde één paar lippen, dezelfde woorden. En het geschiedde: zij braken op naar het oosten, vonden een vallei in het land Sjinar en gingen daar zitten. Ze zeiden, de een tot de ander: Kom, bakstenen bakken, branden branden. De baksteen werd hun bouwsteen, pek hun cement. Ze zeiden: Kom, en nu een stad bouwen en een toren, met zijn hoofd tot in de hemel; zo maken wij naam dat wij niet verstrooid worden over het aangezicht van de hele aarde. JHWH daalde af om de stad en de toren te zien die de kinderen der mensen bouwden. JHWH sprak: Ja ja, één volk, één paar lippen met hun allen en dit is nog maar het begin van hun doen. Maar dan zal hun ook niets meer onmogelijk zijn en doen ze alles wat ze kunnen bedenken. Kom, laten wij afdalen en hun lippen verwarren daar, zodat de een de lippen van de ander niet meer hoort. JHWH verstrooide hen van daar over het aangezicht van heel de aarde en zij hielden op de stad te bouwen. Daarom wordt haar naam geroepen: Babel-Verwarring want daar verwarde JHWH de lippen van heel de aarde en van daar verstrooide JHWH hen over het aangezicht van heel de aarde. Muzikaal intermezzo Genesis 12:1-9 JHWH sprak tot Abram: Ga, jíj, uit je land, uit waar je verwekt bent, uit het huis van je vader naar het land dat ik jou zal laten zien. Ik zal jou maken tot een groot volk, ik zal jou zegenen en jouw naam groot maken. Wees tot zegen! Ik zal zegenen die jou zegent en wie jou verwenst zal ik vervloeken, in jou zullen worden gezegend alle familiegeslachten op de grond van de aarde. Abram ging zoals JHWH het woord tot hem gesproken had en Lot ging met hem. Abram was vijf jaren en zeventig jaar toen hij wegtrok uit Charan. Abram nam Sarai, zijn vrouw, en Lot, de zoon van zijn broeder, en al hun bezit dat zij hadden verworven en de levende zielen die zij in Charan hadden verzameld. Zij trokken weg om te gaan naar het land Kanaän en zij kwamen in het land Kanaän. Abram trok het land in tot aan de plaats Sichem, de steeneik More. - De Kanaäniet was toen in het land. - JHWH liet zich zien aan Abram en sprak: Aan jouw nageslacht zal ik geven dit land. Toen bouwde hij daar een slachtaltaar voor JHWH die zich aan hem had laten zien. Van daar trok hij verder naar het gebergte ten oosten van Beet-Eel waar hij zijn tenten opsloeg - Beet-Eel in het westen en Ai in het oosten. Hij bouwde daar een slachtaltaar voor JHWH en riep de naam JHWH. Abram brak op en ging van de ene naar de volgende rustplaats, steeds verder naar het Zuidland.
0 Opmerkingen
Laat een antwoord achter. |
|